Onderzoek naar vertrouwen

Met het krimpen van de budgetten lijkt het moment om te vertrouwen aangebroken. In toenemende mate wordt vertrouwen als middel om te sturen onderzocht. Dat is logisch in een tijd van financiële krapte, want sturen op vertrouwen kost weinig. Iets of iemand vertrouwen betekent in ieder geval dat er minder geld vrijgemaakt hoeft te worden voor controle. Bovendien klinkt het ook nog eens goed ‘iemand vertrouwen schenken’. Maar dat is misschien toch wat te gemakkelijk.

In dit onderzoek wordt kritisch gekeken naar het gebruik van vertrouwen in overheidssturing. Niet dat vertrouwen per definitie uitgesloten is, wel dat er terughoudendheid geboden is met het inzetten ervan. Vooral als de overheid het doet. Vertrouwen hoort dan hand in hand te gaan met georganiseerd wantrouwen en/of stevige reprimandes als het vertrouwen geschonden wordt.

De conclusies van dit onderzoek zijn gebaseerd op een academische reflectie op het vertrouwensbegrip en op de ondergang van Fortis ten tijde van de crisis. Op basis van berichtgeving over Fortis is onderzoek gedaan naar de wijze waarop vertrouwen daar aan bod kwam, en worden lessen getrokken. We zagen hoe vertrouwen een voorwaarde was voor het functioneren van het financiële systeem en van Fortis. Tegelijkertijd kon het herstel van vertrouwen niet of nauwelijks gerealiseerd worden. Iedereen wist dat er sprake was van een gebrek aan vertrouwen, niemand wist hoe dat gebrek weggewerkt kon worden. Sterker nog, hoe meer pogingen werden gedaan om het vertrouwen te herstellen, des te meer werd het vertrouwen beschadigd. Door de wederzijdse afhankelijkheid van actoren in de financiële sector, werkt een gebrek aan vertrouwen in de financiële markten door in een gebrek aan vertrouwen in Fortis. Omgekeerd geldt dat vertrouwen in een reddingsplan voor de Amerikaanse economie een (positieve) weerslag heeft op Fortis. Ten slotte komt het herstel van het vertrouwen ‘van buiten’. Het is de overheid die de Fortisbank redt.

De bovenstaande lessen zijn in het onderzoek toegepast op het sturen op vertrouwen door de overheid. De volgende conclusies kunnen op basis van deze toepassing worden getrokken.  Als een overheid wil sturen op vertrouwen dan brengt het niet alleen geld op, maar zal het ook geld kosten: redundante systemen zijn meer te vertrouwen dan efficiënte systemen. Als de overheid wil sturen op vertrouwen dan kan dit niet gebeuren door zonder meer vertrouwen te schenken, vertrouwen kan ontwikkeld worden door het ontwerpen van een leerproces.

Het essay is geschreven door Liesbeth Noordegraaf-Eelens, Paul Frissen en Martijn van der Steen van de Nederlandse school voor Openbaar Bestuur in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. U kunt het essay hier downloaden.