Onderzoek alles, behoud het goede

NSOB | Onderzoek alles,  behoud het goede - Herwaardering van het verenigingsmodel
Herwaardering van het verenigingsmodel
Publicatiejaar
2020
Auteur(s)
Henk den Uijl
Myrthe van Delden
Petra Ophoff
Mark van Twist
Thema's
Politiek en bestuur

In het primair en voortgezet onderwijs zijn, vergeleken met de sectoren zorg en woningbouwcorporaties, nog relatief veel organisaties die de vereniging als bestuursvorm hebben. Toch neemt ook hier het aantal verenigingen snel af. Onder bestuurders en toezichthouders heerst veelal de gedachte dat de vereniging een bestuursvorm is die niet meer van deze tijd is. Veel organisaties stappen dan ook over op het stichtingsmodel. Als deze trend zich doorzet zullen verenigingen ook in het onderwijs een zeldzaam fenomeen worden.

De vraag dringt zich op of het wel een goed idee is om onderwijs, vanouds één van de fundamenten van het maatschappelijk middenveld, in stichtingen te gieten. Heeft de vereniging niet de democratische potentie die juist in deze tijd zo nodig is?

In dit essay betogen de auteurs dat de vereniging ten onrechte in diskrediet is geraakt. Bestuurders geven aan dat er onder ouders simpelweg te weinig draagvlak is voor een vereniging: er komen te weinig mensen opdagen bij ledenvergaderingen. Hierdoor is de legitimiteit van de vereniging beperkt. De vraag is echter of dit alleen een kwestie is van ouders die niet meer mee willen denken op bestuurlijk niveau, of dat het ook te maken heeft met de wijze waarop onderwijsorganisaties bestuurd worden.

Vanuit de historie, empirie en de cultuurfilosofie betogen de auteurs dat de vereniging niet alleen gaat over de formele ledenvergadering (inspraak en eigenaarschap), maar ook over praktijken van verenigen: de mate waarin ouders, leraren, schoolleiders en leerlingen een gezamenlijkheid ontwikkelen in de alledaagsheid van onderwijs. Verenigen is weer wij leren zeggen, hoe onvolmaakt dit soms ook blijkt. We proberen een tweetal dominante logica’s te doorbreken: enerzijds die van de benadering van de burger als klant, en anderzijds de bestuurlijke logica van modernisering en professionalisering. Als we hier anders naar kunnen kijken ontstaat er ruimte om weer over de vereniging na te denken, en hoe we dat in zouden kunnen richten zodat het van betekenis is en blijft in onze tijd.