Op 1 maart 2025 werd Marlies Honingh (Senior Research Fellow bij NSOB) benoemd tot bijzonder hoogleraar Maatschappelijke Democratie aan de Universiteit Utrecht (departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap, USBO). Op 6 november 2025 sprak zij haar oratie Democratie voorbij de machinerie uit. De redactie van de NSOB-nieuwsbrief ging naar aanleiding van haar oratie met Marlies in gesprek.
Redactie: je bent hoogleraar ‘maatschappelijke democratie’ – wat versta je daar eigenlijk onder?
Bij democratie denken we al heel snel aan verkiezingen, de meerderheid, wet- en regelgeving of aan participatie-instrumenten. In de maatschappelijke democratie gaat het juist om de erkenning dat democratie verder strekt dan instrumenten. Het gaat om een manier van samenleven, het omgaan met verschillen en het niet terugvallen op geweld bij een conflict. Dat klinkt abstract en wellicht ook hoog-over. Toch is het eigenlijk heel alledaags, al was het maar vanwege de belangrijke rol die tal van maatschappelijke organisaties (on)bewust daarin spelen.
Kun je uitleggen hoe dat precies zit?
Wij hebben bijna allemaal dagelijks te maken met maatschappelijke organisaties. Maatschappelijke organisaties, associaties en verenigingen komen doorgaans voort uit initiatief van individuen die zich verenigen om een (publieke)dienst te starten, een activiteit te organiseren of uiting te geven aan een zorg of wens. Zo maken zij gebruik van de democratische ruimte in onze samenleving voor zelfbestuur en zelforganisatie. Deze bonte verzameling van organisaties vormt een belangrijke schakel tussen individuen en overheden.
We gooien maatschappelijke organisaties soms op één hoop, onder de noemer ‘het maatschappelijk middenveld’ of als ‘de schakel tussen overheid en burger’. Maar dat doet geen recht aan hun verscheidenheid, positionering en de specifieke bijdragen die zij aan democratie leveren en de uitdagingen die zij daarbij ervaren. De positionering, rol en bijdrage van de drie onderscheiden maatschappelijk organisaties vragen om die reden dan ook verdiepende analyse.
In mijn oratie presenteer ik een nader onderscheid naar drie typen maatschappelijke organisaties om recht te doen aan de verschillende maatschappelijke organisaties die we in Nederland kennen. Grofweg gaat het om organisaties die voortgekomen zijn uit het aloude particulier initiatief zoals scholen, ziekenhuizen, woningcorporaties maar ook bijvoorbeeld de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij, een tweede groep organisaties is meer gericht op vormen van recreatie zoals verenigingen die gericht zijn op sport, plezier en creatieve uitingen en een derde groep organisaties is gericht op mobilisatie, specifieke doelen zoals bijvoorbeeld toekomstige generaties, het klimaat of om andere maatschappelijke zorgen te verklanken en agenderen.
De maatschappelijke democratie bevorderen is dus wat anders dan het versterken van het ‘maatschappelijk middenveld’?
Zeker, uiteindelijk gaat het om het idee dat we weer scherper zicht krijgen op het idee dat de electorale en maatschappelijke democratie niet zonder elkaar kunnen. Onze democratie blijft niet vanzelf fier overeind. Bij een recent onderzoek zagen we dat veel jongeren helemaal geen idee hebben dat ze in een democratie méér kunnen doen dan eens in de vier jaar stemmen. Dat is zorgelijk. Elke generatie moet opnieuw ontdekken wat democratie is en hoe democratie vorm en inhoud krijgt in de samenleving. Dat proces is nooit af. Maatschappelijke organisaties zijn daarbij van belang. In het kort geven maatschappelijke organisaties op verschillende manieren invulling aan het voorleven en voortstuwen van democratie. Een notie als voorleven zagen we misschien lange tijd als moraliserend of betuttelend, en misschien doen we dat nog steeds wel. Toch is dat nodig zeker als we merken dat de ruimte die er is voor jongeren om zelf naar eigen inzicht bij te dragen en thema’s op de agenda te zetten (voortstuwen) niet meer vanzelfsprekend is.
Een minimalistische opvatting over democratie – eentje die alleen nog maar over overheidsprocedures en instituties gaat – is uiteindelijk niet genoeg om democratie in stand te houden of verbrokkeling en erosie tegen te gaan. Een sterke democratie vraagt niet alleen balans in de formele machtsstructuren, maar ook om pluralisme, verschil, complexiteit, actieve burgers, maatschappelijke organisaties en initiatieven.
Ligt de nadruk in de wetenschap en het publieke debat te veel op die formele machtsstructuren?
In mijn oratie spreek ik niet voor niets over democratie als samenlevingsvorm: democratie is nooit af en heeft een zekere onbepaaldheid. Daar komen de woorden voorleven en voorstuwen weer in beeld. Kijk maar naar de grote emancipatiebewegingen in de geschiedenis: die leidden tot fundamentele ingrepen in ons stelsel, veel meer dan tot slechts het repareren van iets wat kapot is. Democratie is geen statisch systeem. Het is idealiter een levend geheel, en daarin hoort ook conflict thuis. Maar om dat conflict goed te kunnen voeren – zonder te verzanden in nóg meer regels of procedures – moet je actief aan een democratische cultuur werken.
Waar hoop je als hoogleraar verder onderzoek naar te doen?
Ik wil beter begrijpen welke mechanismen ervoor zorgen dat maatschappelijke organisaties hun eigenheid behouden. We doen nu bijvoorbeeld onderzoek bij de KNRM en die zeggen niet: ‘wij staan aan de lat voor X of Y’, maar: ‘wij zien een probleem, en we lossen het op’. Daarmee doorbreken ze soms het standaard overheidsrepertoire. Een ander voorbeeld: een synagoge kreeg te maken met overlast van jongeren van een nabijgelegen ROC. Je kunt dan de veiligheidsprotocollen aanscherpen, maar je kunt óók ruimte maken en in gesprek gaan. Dat tweede hoort net zo goed bij democratisch handelen. Dat is precies wat ze daar deden: de synagoge ging in gesprek met de jongeren – juist vanuit nieuwsgierigheid en ruimte voor verschillen: alle vooroordelen mochten op tafel worden gelegd.
Wat me opvalt, is dat de ruimte om op een eigen wijze invulling te geven aan een maatschappelijk initiatief of een vereniging afneemt. In feite staat daarmee de ruimte voor zelforganisatie ook onder druk. Die ruimte is echter geen restruimte die nog niet gereguleerd is, maar een te koesteren ruimte.
Een protocol zorgt voor meer gelijkvormigheid. Terwijl het juist interessant is om te onderzoeken hoe je pluraliteit kunt versterken. Ik wil graag kijken naar de ‘vreemde eenden in de bijt’ – organisaties of praktijken die tegen de stroom in gaan – om te begrijpen welke mechanismen pluriformiteit mogelijk maken. Zulk onderzoek kun je institutioneel doen, maar ook gedragsmatig of systeem-dynamisch.
Het is nodig om in alternatieven te denken. Er zijn allerlei plekken die we niet met democratie associëren, maar die er wel degelijk toe doen. Democratie is niet slechts staatsinrichting; het is ook samenléven. En dat samenleven gaat nooit volgens de taal van de ‘wetenschappelijk-gouvernementele klasse’. Mensen willen gewoon meedoen – op hun manier. Als we dat niet op waarde weten te schatten, verliezen we iets essentieels. Democratie is niet alleen de regels volgen, maar de ander ook werkelijk serieus nemen.
Heb je de oratie van Marlies gemist? Niet getreurd, want onlangs is haar oratie in boekvorm verschenen. Het is verkrijgbaar via deze link.
We trappen 2026 (de beste wensen!) af met nieuws! Misschien moest je even in je ogen wrijven toen je na het luchtalarm je favoriete podcastapp opende, maar vanaf nu hoor je Quirine Ganzeboom als nieuwe host van Uit de School! Nog steeds zijn we iedere eerste maandag van de maand, als het luchtalarm gaat, te vinden.
Deze aflevering nemen we op in het Huis van Actief Burgerschap. Veel mensen ervaren teleurstelling in de overheid omdat beloften niet (altijd) worden waargemaakt. Dat leidt tot verlies van vertrouwen, maar leidt tegelijkertijd tot mensen die zich niet afdraaien, maar naar voren stappen en zelf gaan helpen, zorgen en organiseren. Democratie wordt dan ‘maatschappelijk’ en op die manier meer dan ‘representatief’. Dat brengt ander gedrag met zich mee: burgers zijn niet langer consumenten van de democratie, maar daadwerkelijk onderdeel van het geheel.
Hierover gaat Quirine Ganzeboom in gesprek met Floor Ziegler, oprichter van het Huis van Actief Burgerschap en mede-auteur van ‘Een wereld van gemeenschappen’ en met Marlies Honingh, bijzonder hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde (in het bijzonder maatschappelijke democratie) bij de Universiteit Utrecht.