Is (krachtige) regie het antwoord op bestuurlijke traagheid, versnippering en het uitblijven van resultaten? Menig bewindspersoon of politiek leider belooft van wel. In dit essay verkennen Christiaan van der Kaaij, Teun Toonen, Georgina Kuipers en Martijn van der Steen wat er schuil gaat achter de belofte van centrale, krachtige regie. Wat wordt er eigenlijk bedoeld met die term en wat zijn haar implicaties?
De duidelijkste implicatie van krachtige regie is dat er minder sprake is van afstemmen tussen overheden en meer van afdwingen vanuit het Rijk. De auteurs onderscheiden drie verschuivingen die het gevolg van krachtige regie zijn. Allereerst worden verantwoordelijkheden niet langer gedeeld, maar centraal belegd en ervaren. Ook verschuiven onderlinge verhoudingen van nevengeschikt naar hiërarchisch. Daarbij veranderen de voorwaarden: samenwerking geschiedt niet langer op basis van vrijwilligheid en vertrouwen, maar onder prestatieafspraken, handhaving en doorzettingsmacht. Het Rijk wordt belangenbepaler, opdrachtgever én scheidsrechter. Wat vergt deze werkwijze van rijksambtenaren, voor wie deze manier van sturen een breuk betekent met het dominante sturingsprincipe van ‘netwerkend werken’?
De belofte van en het verlangen naar die 'krachtige regie' vanuit de rijksoverheid is niet vrijblijvend. Wie regie wenst te voeren, moet bereid zijn de consequenties daarvan expliciet te dragen. Dat betekent voor het Rijk: zélf verantwoordelijkheid nemen voor de verdeling van maatschappelijke lasten, belangenconflicten beslechten én aanspreekbaar zijn op de gevolgen daarvan. Alleen onder die voorwaarden kan krachtige regie vanuit het Rijk geloofwaardig functioneren.
Dit essay is geschreven in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.