In het essay Burgers in de pas of passend burgerschap? Vier praktijken van democratisch burgerschap onderzoeken Marlies Honingh, Jessie Samwel, Teun Toonen en Henk den Uijl hoe democratisch burgerschap in de praktijk vorm krijgt en welke uiteenlopende rollen overheden kunnen spelen in de versterking van burgerschap. De centrale boodschap is dat burgerschap niet eenvoudig ‘gemaakt’ of gestuurd kan worden. Een sterke democratie vraagt om burgers die zich organiseren, verantwoordelijkheid nemen, verschillen bespreekbaar maken en ruimte benutten om samen publieke kwesties op te pakken. Tegelijkertijd schuilt daar de uitdaging: overheden willen burgerschap stimuleren, maar moeten ook oppassen niet te veel te sturen of de bestaande ruimte voor initiatief en zelforganisatie in te perken.
Aan de hand van vier uiteenlopende praktijken laten de onderzoekers zien hoe rijk en divers democratisch burgerschap eruitziet. Zo toont de casus van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) hoe vrijwilligers vanuit maatschappelijke betrokkenheid een wettelijke taak dragen. Het initiatief Leer Je Buren Kennen, laat zien hoe ontmoeting en dialoog bijdragen aan tolerantie en wederzijds begrip. De Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen maakt zichtbaar hoe initiatieven van bewoners die zelf werken aan leefbaarheid en voorzieningen in hun dorp mogelijk zijn ondanks de complexiteit van het systeem én dankzij de ondersteuning die grotendeels vanuit ditzelfde systeem wordt opgetuigd. De organisatie Tienskip leert jongeren hoe dichtbij en alledaags democratie is. Zo ervaren jongeren welke mogelijkheden zij hebben in hun eigen leefomgeving om inhoud en betekenis aan de democratie te geven.
De auteurs concluderen dat er geen blauwdruk bestaat voor het versterken van burgerschap. Soms vraagt dat om ondersteuning, soms om het wegnemen van regels, soms om financiële ruimte, en soms juist om terughoudendheid van de overheid. Niet iedere vorm van burgerschap loopt immers in de pas met beleidsdoelen – en juist daarin schuilt democratische waarde. Het essay biedt een uitnodiging aan overheden om minder te denken in maakbaarheid en meer in het beschermen en mogelijk maken van ruimte voor initiatief en zelforganisatie.
Het essay is geschreven in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en is een vervolg op het eerder door de NSOB geschreven essay De mensen in het land: wat burgerschap eigenlijk (nog) is.