De gemeentelijke lijkschouw is een bij het grote publiek onbekende en op het eerste gezicht weinig tot de verbeelding sprekende overheidstaak, die op dit moment (nog) tot de verantwoordelijkheid van de colleges van burgemeester en wethouders behoort. Bij een (mogelijk) niet-natuurlijk overlijden wordt een forensisch arts ingeschakeld om te onderzoeken wat er is gebeurd. Dat lijkt een technische kwestie die gewoon netjes en respectvol moet worden uitgevoerd. Maar als een GGD aan artsen vraagt om in de zomer geen euthanasieën te plannen, omdat er geen gemeentelijke lijkschouwer beschikbaar is om daarop toe te zien (zoals in de provincie Zeeland al is gebeurd), of als een schouwarts op televisie waarschuwt dat we in Nederland moorden missen, omdat de kwaliteit van de gemeentelijke lijkschouw niet op orde zou zijn, wordt het al snel een ander verhaal.
In het rapport Schouwen en sturen onderzoeken Martin Schulz, Tijs van de Vijver, Christiaan van der Kaaij, Florian Theissen en Mark van Twist hoe dat opdrachtgeverschap voor de gemeentelijke lijkschouw kan worden versterkt om de beschikbaarheid en kwaliteit van gemeentelijke lijkschouw te verbeteren. Zij laten zien hoe de huidige ordening historisch is gegroeid, welke publieke waarden met de gemeentelijke lijkschouw zijn gemoeid en vanuit welke visies deze taak kan worden begrepen. Het rapport werkt vervolgens drie vormen uit om opdrachtgeverschap te versterken: revitaliseren van bestaande lokale verantwoordelijkheden, regionaliseren van het opdrachtgeverschap en centraliseren bij een landelijke opdrachtgever. Daarmee biedt het rapport een denkraam voor bestuurlijke keuzes over het versterken van opdrachtgeverschap.