“Er is goed nieuws: publieke dienstverleners komen steeds meer voor zichzelf op.” Met deze boodschap opent de Staat van de Uitvoering van september 2024. Via knelpuntenbrieven, uitvoeringstoetsen, rijker rapporteren en andere manieren om aan de ‘noodrem’ te trekken, zet de uitvoering zich de afgelopen jaren stevig in om de samenwerking tussen beleid en uitvoering te verbeteren. Dat klinkt positief, maar bevestigt tegelijk een onderliggend patroon: de uitvoerder moet steeds harder werken, terwijl de beleidsmaker in de luisterstand kan. Hoewel beleid en uitvoering gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor beleidsuitkomsten, is het nog altijd vanzelfsprekend dat uitvoeringsorganisaties rekenschap afleggen aan beleid en politiek, en niet andersom. De huidige verantwoordingspraktijk is daarmee vooral eenrichtingsverkeer.
De ambitie van de ingezette beweging is helder: meer wederkerigheid, gedeeld eigenaarschap en beleid dat zich rekenschap geeft van de uitvoeringspraktijk. Toch blijven we gevangen in dynamieken die de scheve verhouding tussen uitvoering en beleid alleen maar bestendigen. Dat publieke dienstverleners zich verantwoorden over de uitvoering van beleid, terwijl de keuzes, aannames en randvoorwaarden van dat beleid veel minder onderwerp van verantwoording zijn, zit diep verankerd in onze instituties, taal en verwachtingen.
In het essay Zullen we het eens andersom doen? stellen Wiljan Hendrikx, Mark van Twist, Jesse Dusseljee, Quirine Ganzeboom en Laura Schroër daarom voor om de verhoudingen in het verantwoordingssysteem zélf te bevragen. Wat gebeurt er als we de verantwoordelijkheid voor verantwoording omkeren en juist beleidsmakers en bestuurders zich moeten verantwoorden tegenover de uitvoering?
Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Staat van de Uitvoering en dient als input voor de Staat van de Uitvoering 2026.