Onlangs opperde president Donald Trump het idee om het 250-jarig bestaan van de Verenigde Staten te vieren met een Mixed Martial Arts-gevecht in de tuin van het Witte Huis. Vanuit Nederland is hier met verbazing en enige gelatenheid kennis van genomen. Maar Trumps voorstel staat niet op zichzelf. Het is een uiting van een bredere bestuursstijl die ook in ons land de kop opsteekt en die zich kenmerkt door het bewust opzoeken van de confrontatie, symbolisch geweld en theatraal spektakel. Deze stijl – die we New Public Brutalism noemen – wijkt radicaal af van de gangbare logica van publieke besluitvorming in een democratische rechtsstaat.
In het New Public Brutalism wordt de confrontatie gestileerd, geregisseerd en opgevoerd als manifestatie van wat het volk wil. Het is geweld verpakt als patriottisme; showbusiness vermomd als staatsmanschap. De grens tussen wat kan zijn en wat ‘volkomen absurd’ is, vervaagt. Laten we onszelf daarom vooral niet geruststellen met het idee dat dit alleen overzee kan plaatsvinden. New Public Brutalism is niet exclusief Amerikaans. Ze grijpt overal om zich heen, en dat gaat (nog) sneller dan we denken; wereldwijd, maar ook in ons eigen land.
Met dit essay schijnen we licht op het fenomeen New Public Brutalism. Deze politieke stijl van brutaal besturen wordt onderzocht, ook om een antwoord te zoeken op de prangende vraag: hoe is hieraan tegenspel te bieden? Want pas wanneer we de taal van het New Public Brutalism leren doorzien, is het symbolisch geweld dat daaruit voortvloeit te overwinnen: als een democratische en publieke belofte om samen te leven voorbij angst en spektakel.